Psychologische tests

De levenskwaliteit van een patiënt hangt af van indicatoren met betrekking tot zijn fysieke conditie en van hoe hij zijn gezondheidstoestand ervaart. Het is aangetoond dat mensen die denken dat ze een probleem hebben met hun mond en gebit, minder gelukkig zijn en minder zelfvertrouwen hebben.

Er zijn verschillende meetinstrumenten ontwikkeld, zoals de „Oral Health Related Quality of Life Measures“ (OHQoL), die door de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) worden aanbevolen, om de impact van diverse mond- en tandproblemen op fysiek en psychosociaal vlak, en op de levenskwaliteit te beoordelen. Het instrument dat momenteel het meest wordt gebruikt, is de Profile Oral Health Impact (OHIP-49).

Profiel van de invloed op de mondgezondheid (OHIP-49)

Deze test, die oorspronkelijk in Australië is ontwikkeld, is gebaseerd op het conceptuele model voor mondgezondheid dat door de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) wordt gebruikt in het kader van de International Classification of Impairments, Disabilities and Handicaps. De test houdt alleen rekening met factoren die een negatieve invloed hebben op de gezondheid en is van het type Likert 0-4, met antwoordopties die variëren van “nooit” tot “zeer vaak”, en bestaat uit 49 vragen (OHIP-49). De vragenlijst is gebaseerd op de ervaring van de patiënt en legt de nadruk op de dagelijkse frequentie van de negatieve impact van mond- en tandheelkundige aandoeningen op zijn of haar leven in het algemeen. Er wordt rekening gehouden met zeven verschillende dimensies: functionele beperking (9 vragen), fysieke pijn (9), psychologisch ongemak (5), fysieke beperking (9), psychologische beperking (6), sociale beperking (5) en de daaruit voortvloeiende nadelen (6). Net als in het WHO-model worden de effecten lineair gerangschikt en lopen ze van de biologische dimensie naar de gedragsdimensie en vervolgens naar de sociale dimensie. Met behulp van deze methode bleek dat halitose de mondpathologie is die de grootste negatieve impact heeft.

Zich bewust zijn van zijn eigen adem

De OHIP-49-schaal houdt echter rekening met de niet-specifieke impact van alle mondproblemen. Om de specifieke impact van halitose beter te kunnen beoordelen, is in 2007 een exclusieve meetschaal voor deze aandoening ontwikkeld: de Halitose Impact Schaal (EIH), ontworpen door clinici en psychologen van het Institut de l’Haleine. Deze meet-schaal maakt het mogelijk om de gedragsmatige gevolgen die voortvloeien uit het besef dat men aan halitose lijdt (bijvoorbeeld kauwgom kauwen of roken) concreter in kaart te brengen, met als doel een meer gepersonaliseerde behandeling van de patiënt mogelijk te maken, met de nodige begeleiding en aanbevelingen. Het is ook een schaal van het type Likert, die de frequentie van een reeks negatieve emoties en verdedigingsgedragingen evalueert. Deze evaluatiemethode is ontwikkeld op basis van alle ongemakken die patiënten noemen met betrekking tot de impact van halitose op hun leven.

Halitose Impact Schaal (HIS)®

Het besef dat ik heb van mijn adem leidt ertoe dat… Nooit Zelden Soms Heel vaak Altijd
1… ik het vermijd om het woord te nemen
2 … ik tijdens een gesprek wat afstand houd
3 … ik moeite heb met praten in kleine of afgesloten ruimtes
4 … ik me meer met gebaren of tekens uitdruk
5 … ik in gezelschap mijn mond met mijn hand bedek
6 … ik minder mijn mond open doe als ik praat
7 … ik mijn uitademing beperk
8 … er negatieve reacties bij anderen ontstaan
9 … ik kauwgom kauw of rook om mijn adem te verdoezelen
10 … mijn intieme relaties erdoor beïnvloed worden
11 …dat ik mijn tanden minstens 5 keer per dag poets
12 …ik in mijn sociale leven word geremd
13 … nerveus word
14 … mijn levenslust erdoor beïnvloed word
15 … roept bij mij zelfmoordgedachten op

Deze vragenlijst kan zowel tijdens als na een behandeling worden gebruikt. Het Institut de l’Haleine heeft namelijk vastgesteld dat sommige patiënten een gevoel van onzekerheid blijven houden en sociaal contact blijven vermijden, zelfs nadat hun slechte adem dankzij de behandeling is verdwenen. Deze patiënten voelen nog steeds de behoefte om voortdurend producten te gebruiken die geurtjes maskeren (zoals kauwgom bijvoorbeeld) en om verdedigingsmechanismen te hanteren. Daarom wordt deze methode momenteel gebruikt om te beoordelen of de psychologische ontwikkeling gelijke tred houdt met de biologische ontwikkeling.

Het is belangrijk te vermelden dat zelfs patiënten zonder echte halitose (pseudo-halitose) het gevoel kunnen hebben dat hun levenskwaliteit ernstig wordt aangetast. Het is het (zij het onterechte) besef dat men aan halitose lijdt, dat de negatieve gevolgen voor iemands leven teweegbrengt. Volgens de gegevens die zijn verzameld tijdens het eerste consult van honderden patiënten die een behandeling aanvroegen in de klinische centra die zijn aangesloten bij het Institut de l’Haleine, zijn het de patiënten zonder echte halitose (gevallen van pseudo-halitose en halitofobie) die de grootste impact hebben gemeld: waarden van respectievelijk 25,0 en 19,2. Patiënten met echte of authentieke halitose scoorden 16,9. In alle gevallen worden echter vrij hoge waarden waargenomen. Na de behandeling daalt de indexwaarde met ongeveer 40% tot waarden rond de 10 punten (binnen het normale spectrum).

Het concept

Laten we openlijk over halitose praten om de door wetenschappers gebruikte terminologie beter te begrijpen en te leren kennen.

1. Wat is halitose?
2. Psychologische en sociale gevolgen
3. Slechte adem door de jaren heen – een historisch overzicht

De diagnose

Laten we nagaan welke klinische methoden het meest effectief zijn voor een nauwkeurige diagnose van de oorzaak van halitose, zodat we de beste behandeling kunnen kiezen.

1. Méthodes de diagnostic
1.1 Auto-perception
1.2 Tests organoleptiques olfactifs
1.3 Mesure des substances gazeuses contenues dans l’haleine
1.4 Analyses de laboratoire
2. Tests psychologiques
3. Signes et facteurs associés